Het WK 2026 breekt records in omvang: 48 landen doen mee, meer dan ooit. Maar de editie van dit jaar brengt nog een bijzonder record mee. Curaçao, een eiland met nog geen 160.000 inwoners, is de kleinste deelnemer in de geschiedenis van het WK voetbal. Maar welke landen gingen Curaçao al voor? We zetten de vijf kleinste landen ooit op een WK voetbal voor je op een rij — van een vergeten eiland in de Caraïben tot een North Sea nation die Europa op zijn kop zette.
Waarom dit rijtje bijzonder is
Voetbal is bij uitstek een sport die kleine landen een podium geeft. Een bokser of tennisser kan alleen presteren, maar elf mannen samen kunnen het opnemen tegen de wereld. Dat heeft door de decennia heen voor spraakmakende WK-deelnames gezorgd, waarbij landen met een bevolking van soms minder dan een middelgrote stad meededen met de absolute wereldtop.
Op het WK 2026, met zijn uitgebreide format van 48 landen en drie gastlanden, worden twee nieuwe landen aan dit rijtje toegevoegd. Maar het record gaat naar slechts één: Curaçao.
5. Noord-Ierland — 1,4 miljoen inwoners
Noord-Ierland is voor veel voetbalfans misschien een vergeten naam in de WK-annalen, maar het land heeft een rijke toernooigeschiedenis die zijn omvang verre overstijgt.
De eerste deelname was meteen de beste. In 1958 in Zweden bereikte Noord-Ierland de kwartfinale — het beste resultaat ooit voor het land op een WK. Pas in de kwartfinale was er voor het eerst een einde aan het avontuur: Frankrijk won met 4-0. Het was een generatie met namen die in de Britse eilanden legendarisch werden.
Na een stilte van 24 jaar verscheen Noord-Ierland opnieuw op het WK, in 1982 in Spanje. Ditmaal was de tweede ronde het eindstation, opnieuw na een confrontatie met Frankrijk (1-4 verlies in de poulefase). Op het WK 1986 in Mexico was de groepsfase onoverkomelijk: tegenstanders Brazilië en Spanje waren van een compleet ander niveau.
Sindsdien heeft Noord-Ierland zich niet meer gekwalificeerd — ook het WK 2026 werd gemist. Drie deelnames in totaal, waarvan één met een kwartfinale als hoogtepunt. Voor 1,4 miljoen mensen is dat geen slechte balans.
4. Trinidad en Tobago — 1,3 miljoen inwoners
Trinidad en Tobago heeft maar één WK op zijn naam staan, maar die ene deelname is in het voetbalgeheugen gegrift van iedereen die het meemaakte.
In 2006 in Duitsland verscheen de Caribische eilandstaat voor het eerst — en tot nu toe enige keer — op het grootste podium van de voetbalsport. In Groep B, naast Engeland, Paraguay en Zweden, was het eindstation de groepsfase. Twee nederlages — 0-2 tegen Engeland en 0-2 tegen Paraguay — en één gelijkspel (0-0 tegen Zweden) was de eindbalans.
Maar het gelijkspel tegen Zweden was het verhaal van dat WK. Trinidad en Tobago, met keeper Shaka Hislop als held van de avond en aanvoerder Dwight Yorke als boegbeeld, hield de Zweden negentig minuten op nul. Het was een van de meest gevierde resultaten van het toernooi. Dat het land daarna twintig jaar lang niet meer op een WK stond, maakt die ene avond in Dortmund alleen maar bijzonderder.
3. Kaapverdië — 525.000 inwoners
Kaapverdië schrijft in 2026 voor het eerst WK-geschiedenis. De eilandengroep voor de West-Afrikaanse kust kwalificeerde zich als groepswinnaar in de Afrikaanse kwalificatiepoule en liet daarin onder meer Kameroen achter zich. Het WK-ticket werd definitief veiliggesteld met een overtuigende 3-0-overwinning op Eswatini.
Wat Kaapverdië extra bijzonder maakt voor Nederlandse kijkers, is de sterke Nederlandse insteek in de selectie. Zes spelers in het elftal zijn in Nederland geboren: Deroy Duarte (Sparta Rotterdam), Laros Duarte, Dailon Livramento, Sidny Lopes Cabral, Jamiro Monteiro en Garry Rodrigues. Rotterdam is daarbij bijzonder sterk vertegenwoordigd.
Met een bevolking van ongeveer 525.000 mensen doet Kaapverdië aan het WK mee als derde kleinste deelnemer ooit. Op het WK 2026 zit het eiland in Groep H met Spanje, Uruguay en Saoedi-Arabië — een uitdagende groep, maar met een reële kans op een historische stunt in het slotduel met Saoedi-Arabië.
2. IJsland — 340.000 inwoners
IJsland is het WK-sprookje van 2018. Het Scandinavische eiland met iets meer dan 340.000 inwoners kwalificeerde zich voor het WK in Rusland en zette daarmee een nieuwe standaard voor kleine landen op het grootste podium. Het was tot dat moment het kleinste land dat zich ooit voor een WK had gekwalificeerd.
De IJslanders waren op dat punt al niet meer onbekend. Op het EK 2016 hadden ze Engeland uitgeschakeld met de iconische Viking-klap van het thuispubliek dat in synchrone beweging meeklapte met de spelers — een moment dat de wereld rondging.
Op het WK in Rusland, in Groep D naast Argentinië, Kroatië en Nigeria, eindigde IJsland als laatste. Maar het gelijkspel van 1-1 tegen Argentinië — waarbij Lionel Messi een penalty miste en IJsland verdedigde als een rotsblok — bleef lang in het geheugen hangen. Het is het soort resultaat waarvoor 340.000 mensen het gevoel kunnen hebben dat ze de wereld even een hak zetten.
Sindsdien heeft IJsland zich niet meer voor een WK gekwalificeerd.
1. Curaçao — 156.000 inwoners
Curaçao is het nieuwe WK-record. Het autonome eiland, onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden, kwalificeerde zich in 2025 voor het WK 2026 na een ongeslagen kwalificatiereeks in de Concacaf. Met een bevolking van slechts 156.000 mensen wordt Curaçao de kleinste WK-deelnemer ooit — en dat gat met de nummer twee (IJsland, 340.000) is enorm.
De Nederlandse invloed bij Curaçao is alomtegenwoordig. De ploeg wordt gecoacht door Dick Advocaat, een van de meest ervaren bondscoaches in de Nederlandse voetbalgeschiedenis. De selectie bevat spelers als Leandro Bacuna, Riechedly Bazoer, Sontje Hansen, Tahith Chong en Jürgen Locadia — stuk voor stuk spelers met wortels in de Nederlandse voetbalcultuur.
De loting plaatste Curaçao in Groep E naast Duitsland, Ecuador en Ivoorkust — een loodzware groep. Het openingsduel tegen Duitsland op 14 juni in Houston wordt een historisch moment: de eerste WK-wedstrijd voor het kleinste deelnemende land ooit. Daarna volgt Ecuador en sluit Curaçao af tegen Ivoorkust, het duel waarop de focus zal liggen voor wie denkt aan doorgang.
Het record op een rij
Conclusie: groot voetbal, kleine landen
Het WK 2026 laat zien dat voetbal de meest democratische sport ter wereld is. Een eiland met 156.000 inwoners kan in dezelfde groep staan als Duitsland. Dat is niet alleen bijzonder — het is de essentie van het spel. Noord-Ierland haalde een kwartfinale. Trinidad en Tobago hield Zweden op nul. IJsland speelde gelijk tegen Argentinië. De geschiedenis leert: kleinere landen hoeven niets te vrezen op het grootste podium.
In 2026 is het aan Kaapverdië en Curaçao om hun eigen hoofdstuk te schrijven.

.avif)